Jarenlang stond ik voor de klas. Verschillende leerjaren, verschillende scholen, telkens dezelfde liefde voor het vak — en telkens diezelfde stille, onzichtbare taak die niemand op mijn contract had staan: 's avonds en in het weekend materiaal zoeken, aanpassen, opnieuw uitprinten omdat het net niet klopte met wat mijn klas die week nodig had.
Ik herinner me nog goed hoe ik op een zondagavond aan de keukentafel zat, voor de zoveelste keer knippend en plakkend aan een werkblad voor maandagochtend, terwijl op mijn bureau een klein vossenknuffeltje stond — mijn trouwe hulpje bij elke rekenles, dat de kinderen al snel zelf een naam gaven. Dat vosje zag jaren aan voorbereidingswerk voorbijkomen. Het leek me toen al gek dat zoveel mensen — leerkrachten op school, maar ook ouders en grootouders thuis — elke week apart hetzelfde wiel opnieuw uitvinden.
3De overtuiging
Toen ik na verloop van tijd de klas verliet, nam ik iets mee dat ik niet kon loslaten: de overtuiging dat goed lesmateriaal niet toevallig mag zijn. Het moet aansluiten bij wat een kind op die leeftijd nodig heeft, het moet klaar zijn om zo uit te printen, en het moet — heel eerlijk — een beetje plezant zijn om naar te kijken. Niet nog een winkel vol lukrake werkbladen, maar materiaal gemaakt zoals ik het voor mijn eigen klas zou willen: doordacht, aansluitend bij het leerplan, en met een beetje magie erin. Materiaal dat even goed werkt in de klas als aan de keukentafel.
Om dat op een schaal te kunnen doen die leerkrachten, ouders en grootouders in België en Nederland bereikt, werk ik samen met een klein team en slimme technologie die helpt om sneller nieuw materiaal te maken. Maar er verlaat hier niets de "klas" zonder dat het eerst met een echte lerarenblik nagekeken is — dat is een belofte, geen marketingzin.